EEN OUDE BEKENDE

Tarik heet hij. Ik herkende hem meteen: Lang, getint en de speelsheid nog steeds in zijn ogen. Al is het zeker meer dan tien jaar geleden zijn dat ik hem voor het laatst heb gezien. We zaten samen op de middelbare school. Hij zat twee jaar hoger dan ik. Meer dan twee woorden zal ik niet met hem gewisseld hebben. Ik bewonderde hem altijd van een afstandje. Omdat ik verlegen was. Omdat mijn vriendin een soort van zoenrelatie met hem had. Omdat hij nooit naar mij had gekeken.

Maar nu deed hij dat wel. Heel opvallend. Zo opvallend dat ik op een gegeven moment maar besloot net zo opvallend terug te kijken. Samen met twee vriendinnen zat ik met een handdoekje op een open plek in het bos. Drankje erbij, muziekje erbij, life was good. En daar, een paar meter verderop, zat dus Tarik. Precies hetzelfde met twee vrienden – handdoekje, drankje, et cetera – naar mij te staren…

Na een korte staring contest stond hij op en kwam hij naar me toe.

“Hey. Ken ik jou niet ergens van?” Het klonk als een slechte openingszin als het niet echt zo was. “Zat jij niet ook op het KWC? Je was een vriendin van Sarah toch?” Hij bleef staan waardoor ik moeilijk – tegen de zon in – naar boven moest kijken.

“Ja klopt. Dat je dat nog weet.” Ik was oprecht verbaasd aangezien hij toentertijd nooit aandacht voor me had gehad.

“Hoezo zou ik dat niet weten?” reageerde hij gespeeld verontwaardigd.

Ik kreeg pijn ogen van het knijpen en of het nu de zon of de alcohol was (waarschijnlijk een combinatie); het naar boven kijken maakte me duizelig en licht in mijn hooft. Dus ik besloot om op te staan en de moeite te nemen het hem uit te leggen.

Ik vertelde dat ik een kleine crush op hem had op school. En dat ik het idee had dat hij amper van mijn bestaan afwist. En hoe ik überhaupt niks kon doen omdat hij altijd met Sarah aan het zoenen was. En dat de halve school over hem heen aan het kwijlen was dus dat ik wel de laatste in de rij zou zijn.

Hij moest lachen om mijn verhaal. “Echt niet dat de halve school over mij heen kwijlde!” “Uhm, echt wel.” Reageerde ik, met wat meer attitude dan ik bedoelde. “Nou daar heb ik dan weinig van gemerkt. En van jouw gekwijl al helemaal niks. Ik dacht juist dat je niks van me wilde weten.” Hij keek zo diep in mijn ogen terwijl hij dat zei, dat ik mijn hele lichaam voelde gloeien. Opeen was ik weer een stamelende puber en kon ik geen woord uitbrengen.

De spanning was zo intens dat ik even vergat door te ademen.

Hij verloste me uit mijn ongemak: “Heb je zin om even een rondje te lopen en uhm…bij te praten?”

Wat was dit voor een vraag? Even twijfelde ik, maar zijn glimlach was nog steeds onweerstaanbaar. En dus draaide ik me naar mijn vriendinnen toe die hadden lopen afluisteren, om te zeggen dat ik zo terug was.

Ik pakte nog een blikje bier uit de koelbox en gaf er ook één aan hem. Samen liepen we richting het bospad.

“Dus je vond me wel leuk?” Was al snel de vraag toen we alleen waren. Hij bleef stil staan terwijl hij op antwoord wachtte. Ik ging tegenover hem staan. “Ik vónd je wel leuk ja.” Reageerde ik opstandig. “Auch” en hij greep plagerig naar z’n hart. Maar toen herpakte hij zich en kwam dichter bij me staan. Met zijn hoofd maar een paar centimeter bij die van mij vandaan fluisterde hij “weet je zeker dat ik je niet op andere gedachten kan brengen?”

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *